Text Size

Enerverend vak

Het hulpverleningswerk is dynamisch en risicovol. Bij incidentbestrijding kan je te maken krijgen met schokkende gebeurtenissen. Natuurlijk ben je geoefend om onder moeilijke omstandigheden professioneel en adequaat op te treden. Daarbij hoort het omgaan met heftige emoties. 

De ervaring leert dat je als hulpverlener meestal zelf goed in staat bent om zulke gebeurtenissen te kunnen verwerken. Er kunnen echter situaties ontstaan, waarbij het je niet lukt om emotionele ervaringen een plek te geven in de dagelijkse structuur. Denk aan een ongeval met beknelling, ongevallen waarbij kinderen betrokken zijn, slachtoffers bij brand, het ‘niet volgens plan verlopen’ of ‘mislukken’ van een inzet, een ongeval waarbij eigen teamleden betrokken raken. Hulpverlener zijn: het doet een groot beroep op je. 

Ieder mens kan er mee te maken krijgen

Traumatisch ervaringen zijn normale reacties op abnormale situaties. Schokkende  gebeurtenissen kun je als traumatisch ervaren, wanneer die zich plotseling voordoen, gevaarlijk of overweldigend zijn. Traumatische ervaringen kunnen gepaard gaan met heftige gevoelens van angst en machteloosheid. Ook kan het zijn dat je gedurende langere tijd teveel op je bord krijgt, waardoor je geen tijd en ruimte krijgt om schokkende en indrukwekkende ervaringen te verwerken.
 
Wanneer je daarmee te lang alleen rondloopt, bestaat niet alleen het gevaar dat je er last van blijft houden, maar ook dat je in een neerwaartse spiraal terecht komt. Mensen om jou heen merken dat je niet meer de oude bent. Ook zelf vind je het moeilijk om te functioneren zoals je dat gewend bent. Dan heb je ondersteuning nodig.

Opvang

Goede eerste opvang is het halve werk. Het cluster biedt nazorg uit voorzorg. Wanneer je vroegtijdig in staat wordt gesteld om schokkende ervaringen uit te spreken, bespoedigt dit de verwerking. We willen je waar nodig helpen om te voorkomen dat je blijvend problemen ondervindt bij het verwerken van schokkende gebeurtenissen en emotionele ervaringen, in het belang van jezelf en de mensen om jou heen, zowel thuis als op het werk. Vanuit onze betrokkenheid en onze verantwoordelijkheid als werkgever hebben we daarom opvang georganiseerd.

Collegiale opvang in je eigen team

De eerste opvang begint aan de basis, direct na het incident in de “warme” situatie en moet zo spoedig mogelijk in de “koude” situatie worden voortgezet. Collegiale opvang binnen het team is een laagdrempelige vorm van opvang door en voor collega’s. Het is een belangrijk aandachtspunt in de nabespreking waar je als hulpverlener aan deelneemt na terugkeer van een incident. 
 
BOT team (BedrijfsOpvangTeam)

Binnen alle korpsen worden mensen hiervoor opgeleid en bijgeschoold. Ze kennen de symptomen die aangeven dat een teamlid moeite heeft met het verwerken van gebeurtenissen. Ze weten hoe je een nabespreking leidt, eerste opvanggesprekkken voert en doorverwijst. Dit geldt met name voor operationeel leidinggevenden (bevelvoerders en OvD-en). Ook kunnen andere collega’s die het vertrouwen van het team genieten en geaccepteerd worden in hun rol van opvanger in aanmerking komen voor deze basisopleiding. Zo wordt op de werkvloer een breed vangnet van BOT-leden gecreëerd dat snel en doeltreffend ingezet kan worden, het zgn BOT-team. 

Ondersteuning vanuit het RC BOT

Er kunnen zich situaties voordoen waarbij de gevolgen van een incident zo groot zijn dat de eerste opvang niet voldoende is. Op zo’n moment kan ondersteuning vanuit het Regionaal Coördinatie-en Bedrijfsopvangteam (RCBOT) ingeschakeld worden. Dit team kan bijvoorbeeld BOT-leden uit een ander cluster oproepen of ondersteuning bieden bij externe onderzoeken. Het RC BOT bestaat uit collega’s van de VNOG en twee psycho-sociaal deskundigen. Deze psycho-sociaal deskundigen bieden aanvullende opvang vanuit deskundigheid en ervaring.   

Wat moet ik doen als ik zelf hulp nodig heb?

Praten helpt. Zoek het contact met mensen om je heen die je vertrouwd zijn: je partner, collega’s, familie en vrienden. Praat er over met een operationeel leidinggevende van je organisatie of met een andere collega die getraind is in de eerste opvang. Vind je het zelf moeilijk om dit contact te zoeken, dan kan je partner of een collega dit voor je doen.

De collega’s van de eerste opvang luisteren naar je, tonen begrip en helpen je om in twee of meer vertrouwelijke gesprekken de zaak weer op een rijtje te krijgen, al naar gelang jouw behoefte. Mocht blijken dat je meer hulp nodig hebt dan kunnen zij je doorverwijzen.

Doorverwijzing

Hulp van derden wordt alleen op jouw verzoek ingeschakeld. Er zijn verschillende mogelijkheden:

-  Je kunt terecht bij één van de psychosociale deskundigen van het RC BOT die op jouw verzoek ingeschakeld kunnen worden.

-  Je kunt doorverwezen worden naar andere vormen van hulpverlening, zoals de reguliere bedrijfshulpverlening/ARBO van je organisatie, het RIAGG, een geestelijk verzorger, dominee, pastor of imam. Met hen kun je uiteraard altijd zelf contact zoeken.  

Meer weten ?

Voor vragen kun je terecht bij de (operationeel) leidinggevenden van jouw organisatie, de BOT-ters uit je eigen cluster en de leden van het RC BOT. Je kunt in contact komen met de leden van het RC BOT via het secretariaat van de sector Brandweerzorg 055-5483000. Raadpleeg ook de website van je eigen cluster of www.vnog.nl of klik hier voor de folder.