FacebookTwitterLinkedin

Meet & GRIP

Meet GRIPLeren van elkaars ervaringen bij incidenten, met dit doel kwamen diverse collega’s van de VNOG vorige week naar het Koelhuis in Zutphen.

Deze middag vertelden collega’s over drie incidenten waarbij ze betrokken zijn geweest: de plofkraak in Apeldoorn op 3 maart van dit jaar, de brand in tankstation Lucasgat langs de A1 op 2 maart vorig jaar en het ongeluk met de hoogwerker in Oosterwolde (gemeente Oldebroek) op 2 mei vorig jaar.

De drie besproken incidenten leverden de volgende inzichten op:

  • Laat bij incidenten met geldautomaten te allen tijde de TEV (Teamleider Explosieven Veiligheid) van de politie komen. Deze functionaris kan beoordelen of de hulpdiensten veilig kunnen werken.
  • Hoe ga je als leden van een CoPI om met een ‘plaats incident’ dat ‘plaats delict’ wordt? Dit is een grijs gebied. Wat is nog van het CoPI en wat is van het Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO)? Wie is formeel verantwoordelijk? Het gaat hier om twee ketens die allebei hun eigen processen hebben. Het is dan belangrijk om open naar elkaar te zijn en af te stemmen hoe de incidentbestrijding door kan gaan, zonder de plaats delict te frustreren.
  • Persvoorlichting VNOG: er is een piket van 6 persvoorlichters: Bij een GRIP 1 gaan zij naar het CoPI. De voorlichter stemt zo nodig af met de politievoorlichter en met de voorlichter van de gemeente (direct of via de OvD- bevolkingszorg). Als het een politie-incident betreft komt de politievoorlichter naar het CoPI.
  • Na de afschaling van een incident begint voor de gemeente de nazorg. In geval van het ongeval met de hoogwerker in Oosterwolde heeft de gemeente Oldeborek een kernteam geformeerd dat tweewekelijks bij elkaar kwam om de ontwikkelingen te monitoren.