FacebookTwitterLinkedin

Lt: Mug-gen

ltKent u stier Herman nog? Het was de eerste transgene stier ter wereld en hij is vandaag de dag te bewonderen in Naturalis. In het DNA van Herman werd een stukje menselijk DNA ingebouwd, waardoor vrouwelijke nakomelingen melk met het ontstekingsremmende eiwit lactoferrine zouden produceren. Deze melk zou dan kunnen worden gebruikt voor babyvoeding. Uiteindelijk lukte dit niet, maar het was een van de eerste proeven binnen het veld van genetische modificatie. Genetische modificatie is het door de mens gericht veranderen van het erfelijk materiaal van een organisme, waardoor het organisme eigenschappen krijgt dat het van nature niet heeft. Het wordt dan een genetisch gemodificeerd organisme of transgeen organisme genoemd.
Tot zover het college.

Genetische modificatie is eigenlijk al oud, want in 1944 boekten Amerikaanse wetenschappers voor het eerst succes door de eigenschappen van een bacterie te veranderen via het DNA van een andere bacterie. En dat het niet louter bij experimenten blijft blijkt wel uit het feit dat in 1994 het eerste genetisch gemodificeerde voedsel in de VS op de markt werd gebracht. Wereldwijd werden in 2010 genetisch gemodificeerde gewassen geteeld op meer dan 140 miljoen hectare. Dat is een oppervlakte bijna zo groot als Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Italië bij elkaar.

Er zijn verschillende toepassingen van modificatie. Allereerst is er de modificatie van micro-organismen, toegepast voor de ontwikkeling van farmaceutische producten, maar ook om bijvoorbeeld gist te ontwikkelen voor het verkrijgen van een lager alcoholpercentage in wijn. Een andere toepassing is gentherapie waarbij geprobeerd wordt door het inbrengen van een gezond gen een erfelijke aandoening te genezen. Bij gewassen wordt modificatie met name gebruikt om ze resistent te maken tegen ziekten of bestrijdingsmiddelen, om extra voedingsstoffen te bevatten of langer houdbaar te zijn. Bij dieren wordt het onder andere ingezet om hen voor de voedingsindustrie sneller te laten groeien,  maar ook om te zorgen dat zij niet meer vatbaar voor bepaalde ziekten zijn. Zo werd in 2007 gepubliceerd dat het gelukt is door middel van genetische technieken koeien te fokken die niet meer het prioneiwit bezitten, dat ze vatbaar maakt voor BSE.

Uiteraard zijn er tegenstanders van deze ontwikkeling. Zo is er onderzoek dat aantoont dat er gevaarlijke effecten zijn van het eten van gemodificeerd voedsel, maar dit wordt door andere deskundigen tegengesproken. Daarnaast is het reëel te verwachten dat als gemodificeerde planten of dieren in de vrije natuur komen, zij met wilde soorten zullen kruisen en de gemodificeerde variant niet meer te blokkeren of  uit te roeien is, waardoor de modificatie verspreid wordt in een nieuw ras. Uiteraard zijn alle lange termijn effecten van al deze ontwikkelingen zeker niet bekend. Nu hebben Amerikaanse wetenschappers een mug zodanig weten te veranderen dat deze geen malaria op een mens kan overbrengen. Malaria is een van de ernstigste gezondheidsproblemen ter wereld met jaarlijks zo’n 600.000 sterfgevallen. Ik zou zeggen: als we dan toch bezig zijn, laten we dan muggen maken die zorgen dat we niet verkouden worden, of geen griep meer krijgen, die zorgen dat ons alcoholpromillage in het bloed afneemt, of een stofje inspuit waardoor we ons heel gelukkig voelen. Dan wil ik ‘s nachts nog wel eens gestoken worden.